Deel 9/9: Waarom is Europa belangrijk?

We kunnen van elkaar leren!

In gesprek met Vincent van Uem

Deel 9/9: Waarom is Europa belangrijk?

Interview 9 van de serie ,,Waarom is Europa belangrijk?”
In gesprek met Vincent van Uem
INTERREG-Project Waterrobuuste Steden

De Europese verkiezingen komen eraan. Toch is Europa lang niet altijd zichtbaar in ons dagelijks leven. Maar als je goed kijkt, is Europa overal, zeker in onze Duits-Nederlandse grensregio. En dat is precies waar ons INTERREG-programma Deutschland-Nederland aan werkt; Europa “tastbaar” maken met behulp van grensoverschrijdende INTERREG-projecten.

Ook deze week zullen we met een aantal mensen achter de INTERREG-projecten praten. Ontdek wat Europa doet en wat het betekent in onze grensregio – en vorm uw eigen mening!

Over de persoon

Vincent van Uem is weg- en waterbouwkundige en bedrijfskundige en werkt al meer dan 30 jaar met veel plezier in de watersector. In 1979 trad hij in dienst van waterschap Rijn en IJssel en hield zich sindsdien bezig met de realisatie van diverse zuiveringstechnische en waterbouwkundige projecten en management. In de periode 2010-2018 was Vincent wethouder in de gemeente Oost Gelre en was hij onder andere bestuurlijk verantwoordelijk voor het `klimaatklaar‘ maken van zijn gemeente. Sinds 2018 is Van Uem weer terug op het oude nest en stuurt hij namens Waterschap Rijn en IJssel het project Waterrobuuste Steden aan.

1. Vat het project samen in 3 zinnen! Wat doet het voor de regio?

Klimaatverandering gaat in de toekomst vaker tot hitte, droogte en extreme neerslag leiden en heeft grote impact op stedelijk gebied. Hoe gaan Duitse en Nederlandse steden in de grensregio daarmee om en wat kunnen ze van elkaar leren? Waterrobuuste Steden bestaat uit 12 deelprojecten rondom klimaatadaptatie, waarbij Nederlandse en Duitse partners in wisselende samenstelling met elkaar samenwerken om zaken als wateroverlast, hittestress, verdroging, slechte waterkwaliteit, economische en ecologische schade zoveel mogelijk te beperken. De partners in het project zijn Hengelo (Ov.), Zutphen, Bocholt, Münster en de waterschappen Vechtstromen en Rijn en IJssel.

“Door intensief met elkaar samen te werken kunnen we van elkaars sterke punten leren.”

2. Wat zijn de voordelen en de noodzaak van grensoverschrijdende samenwerking? Waarom is INTERREG/Europa zo belangrijk?

De Duitse en Nederlandse aanpak rond klimaatverandering verschillen wezenlijk van elkaar. Door intensief met elkaar samen te werken kunnen we van elkaars sterke punten leren en kunnen we aan beide zijdes van de grens effectiever de nadelige gevolgen van klimaatverandering beperken. Daarnaast hebben we elkaar ook gewoon keihard nodig. Wat betreft extreme droogte, hitte en wateroverlast is onze landsgrens echt een kunstmatige barrière tussen gebieden die veel met elkaar gemeen hebben. West-Münsterland en Oost-Nederland zijn bijvoorbeeld alleen al via 22 watergangen met elkaar verbonden. Een plaatselijke extreme hoosbui in Duitsland kan dus ook in Oost-Nederland schade aanrichten. We hebben er dus alle belang bij om beter samen te werken, en als we elkaar makkelijker weten te vinden kunnen we daar in de toekomst ook rond andere thema’s profijt van hebben.

Zo’n grensoverstijgende samenwerking tot stand brengen is echter niet eenvoudig. Meestal zijn organisaties gefocust op de eigen omgeving en bestaande structuren. Iedereen doet zijn best om dit te doorbreken, maar dit vraagt soms wel om extra inspanning, ook in tijd en middelen. Dan is het erg fijn dat we daarin gesteund en gefaciliteerd worden door INTERREG/Europa.

3. Wat zijn (binnen het project) succesfactoren of verbeterpunten voor grensoverschrijdende samenwerking?

De projectpartners willen met elkaar stappen zetten op de volgende vlakken:

– hoe je een stedelijke beek goed technisch en ruimtelijk inpast in zijn omgeving.

– hoe je de participatie van omliggende bewoners en bedrijven organiseert.

– hoe je samenwerkt tussen bestuurslagen en (ambtelijke) organisaties en dit formeel vastlegt.

– hoe je door afkoppelen van regenwater van het riool veel bewoners en gebruikers bij een goed waterbeheer in de stad kunt betrekken.

– hoe je effectief met burgers communiceert over het risico van wateroverlast in de stad, wat je dan als burger zelf kunt doen en wat je van de gemeente kunt verwachten.

– welke noodmaatregelen je kunt treffen in de stad en hoe je noodplannen kunt verbeteren nadat er een nieuwe calamiteit is geweest.

Concrete voorbeelden van kennis/ervaring die projectpartners met elkaar kunnen delen:

  • Gemeente Zutphen heeft in interactie met de inwoners een ‘blauwboek’ voor de stad ontwikkeld; hun ervaringen met participatie worden in de Duitse steden benut.
  • Stadt Bocholt heeft een calamiteitenplan opgesteld voor wateroverlast, waar ook anderen van kunnen leren.
  • Waterschap Rijn en IJssel heeft samen met de gemeenten in de Achterhoek in 2017 de ‘toolbox wateroverlast en klimaatverandering’ ontwikkeld, die voor een aantal concrete maatregelen in Zutphen zal worden gebruikt.
  • Waterschap Vechtstromen heeft veel ervaring met de ontwikkeling van plannen voor een ‘klimaatactieve stad’ (KAS), die wordt ingezet bij de uitwerking van de maatregelen in Münster.
  • Stadt Münster heeft ervaring in het gebruik van de ‘Starkregen Index’ in de communicatie met inwoners over hoogwaterrisico’s, die in dit project wordt benut.
  • Gemeente Hengelo heeft veel ervaring met het herinrichten van stedelijke watergangen, die voor de andere gemeenten van nut is.

Over het project

De optredende klimaatverandering raakt de steden in onze grensregio heel direct. Zij hebben steeds vaker te maken met wateroverlast, watertekorten, een slechte waterkwaliteit en hittestress. Extreme neerslag was er in 2010 (Achterhoek-Borken), in 2014 (Münster) en in 2017 (Rijssen-Twente). De zeer warme en droge zomer van 2018 is opnieuw een indringend voorbeeld. Deze weersextremen hebben ingrijpende economische en sociale gevolgen voor de inwoners, bedrijven en gebruikers van de steden en het leidt tot grote ruimtelijke opgaven voor het stadsbestuur.

Aanpassing aan klimaatverandering is de komende decennia een van de belangrijkste uitdagingen voor de gemeenten en steden in de Euregio. De steden Zutphen en Hengelo (Ov.), Bocholt en Münster, en de waterschappen Rijn en IJssel en Vechtstromen, willen deze uitdaging samen oppakken. Door een grensoverschrijdende samenwerking gaan zij elkaar hierbij ondersteunen, waarbij gebruik wordt gemaakt van elkaars sterke punten om te komen tot optimale oplossingen.

De partners gaan werken volgens de ‘meerlaagse benadering’, die bestaat uit: 1] voorkomen van overlast, 2] beperken van overlast en 3] optreden bij overlast. In 3 werkpakketten worden in totaal 12 maatregelen ontwikkeld en (deels) uitgevoerd. Dit gebeurt in duo-schappen waardoor de partners elkaar optimaal kunnen ondersteunen en van elkaar kunnen leren. Daarnaast vindt een regelmatige, gezamenlijke kennisuitwisseling plaats, niet alleen tussen de projectpartners onderling, maar ook met alle gemeenten en steden in de Euregio.

De ervaring, kennis en inzichten uit het project worden gebundeld in een handleiding, die is bestemd voor alle gemeenten en steden in de Euregio en daarbuiten, en daarmee tevens bijdraagt aan de Strategie EUREGIO 2030.

In januari 2019 is door de 6 partners de samenwerkingsovereenkomst ondertekend. De voorbereidingen van de verschillende deelprojecten zijn/worden nu opgestart.